Voornemens versus realiteit van het moederschap

Voornemens versus realiteit van het moederschap

Ooit was ik een perfecte moeder… en toen kreeg ik kinderen. Want ik had me zoveel voorgenomen voordat mijn oudste spruit het levenslicht zag. Naïef als ik was, besefte ik niet dat mijn leven op een dusdanige manier zou veranderen dat je je normen en waarden daarop gaat aanpassen. Puur om, zeker in die tropenjaren, het leven draaglijk te houden en de peuterpubertijd te overleven. Dus welke goede voornemens heb ik definitief laten varen nadat ik twee kinderen op de wereld had gezet?

Voornemens versus realiteit

Van nature ben ik een piekeraar. Dat klinkt heel negatief, maar kan je ook behoorlijk vooruit helpen. Je kunt namelijk een aantal uitkomsten bedenken voor een mogelijk probleem. Heb je dus altijd een oplossing bij de hand! Kwam me goed uit toen ik zwanger was, want ik kon meteen behoorlijk wat problemen van mijn lijstje afvinken. Alleen, de voornemens versus de realiteit… was toch even wat anders.

1. Alles op de fiets doen

Ok, dit was misschien een ambitieuze. Ik ben namelijk erg verknocht aan mijn auto. Maar het leek me zo leuk om met zo’n kotertje in zo’n Yepp kinderzitje te fietsen. Die vond ik zo hip. Dus ik kocht een mamafiets met extra breed stuur en een kinderzitje. Of 2, want tja, na 14,5 maanden had ik immers 2 kinderen. Veel beter voor het milieu, zo’n fiets.

De moederfiets was het slechtste idee ooit. Het brede stuur was een hel voor mijn schouder. Bovendien, steeds twee kinderen in- en uitladen op zo’n fiets? Wat een werk. Daarnaast schreeuwde de oudste moord en brand op het achterzitje omdat hij in constante angst leefde dat we zouden omvallen. De fiets heeft dus keurig in de schuur gestaan met twee kinderzitjes. Afgelopen jaar ruilde ik hem in voor een gewoon model, monteerde alleen het achterzitje er nog op voor de jongste, en de oudste fietst er zelf naast. Stuk beter.

2. Het huis houd ik zo netjes mogelijk

Een opgeruimde keuken en woonkamer, da’s wel net zo prettig. En omdat je met kinderen sowieso al heel veel spullen extra in huis krijgt, moet het elke avond even gauw opgeruimd worden. Kost niet zoveel tijd, en dan kun je tenminste rustig op de bank zitten zonder het gevoel dat je nog iets moet doen.

Nou, die woonkamer is in permanente staat van ontploffing. Mijn hersenen hebben het weten te blokkeren. En we hadden het ook tactisch aangepakt: De speelgoedplaats was achter de bank. Dus als je aan die kant je nek brak over de houten trein en de Toet Toet auto’s, geen probleem. Daar kwamen we toch niet meer na kinderbedtijd. En als je het niet ziet, maak je je er ook minder druk om. En was er meer tijd om te Netflixen. Of een spelletje te spelen op mijn Samsung Galaxy.

Overigens, sinds ik alleenstaand ben, laat ik de jongens opruimen op de dag dat ze naar hun vader gaan. Ik koop ze om met klusjesgeld. Die stofzuiger, die haal ik dan zelf nog wel ff door de kamer. En dan geniet ik drie dagen lang van een opgeruimd huis. De dagen dat ze er wel zijn, kan ik het heel goed negeren.

3. Niet schreeuwen tegen mijn kinderen

Ik heb levendige herinneringen aan een gezin dat een paar huizen verder woonde. Vooral aan de kinderen. Ik heb geen idee of we ooit met ze gespeeld hebben, maar PRESCILLAAAAA en RAYMONDOOOO kende ik in ieder geval. Nevernooit dat ik dus zo ging schreeuwen tegen mijn kroost he. Het zou hun tere kinderzieltjes voor altijd beschadigen. Nee, zacht praten hielp veel beter, dan moesten ze wel stoppen met vervelen om je te verstaan.

Alleen stopten ze ze niet. Sterker nog, ze gooiden er nog een tandje bovenop. Het fluisteren werd heftig sissen (ok, dat hielp soms nog wel eens) en het volume werd luider. Ik had nogal wat aan mijn zanglessen als er twee jongens door elkaar krijsten, daar kon ik mooi overheen belten. En soms verander ik gewoon regelrecht in een viswijf. Voel ik me daar schuldig over? Soms. Maar ik hoorde een week of wat geleden nog iemand schuimbekken tegen haar kind, een straat verder. Dat sterkte me weer dat ik lang niet de enige ben.

4. Niet tegen laten houden om weg te gaan

Ik hoor het mezelf nog zeggen, opgeblazen van al het vastgehouden vocht tijdens mijn eerste zwangerschap. Leuk hoor, zo’n kind, maar ik ga me er echt niet van laten weerhouden om af en toe te gaan stappen of een feestje te crashen. Immers, ik kon altijd op zoek naar een oppas of papa bleef maar thuis. Nou, daar kwam ik gauw op terug. Niet alleen was ik maandenlang uitgeput en struikelde ik over mijn wallen, maar ook de hormonen hielden me thuis. Want ik kon zo’n klein ventje toch niet alleen laten?!

Inmiddels weer wel hoor. Ik heb sinds ik terug ben in Culemborg een batterij aan oppassers om me heen verzameld. Dus mocht het voorkomen dat ik instant weg moet, is er vast wel een die ik kan inschakelen. Het neemt overigens niet weg dat ik alsnog behoorlijk veranderd ben in een huismus en het liefst onder een dekentje op mijn bank bivakkeer. Die kinderen zijn dus ook een prima excuus om af en toe onder een sociale verplichting uit te komen.

5. Altijd netjes gekleed de deur uit

Mijn kinderen, die zouden er altijd prima gekleed bij lopen. Ik had immers al de leukste en mooiste en schattigste setjes op de kop getikt. Maar helaas, het liep een beetje anders. Nouja, die eerste jaren ging het nog wel. Maar toen ze zichzelf gingen aankleden, bleken ze zelf helemaal geen fashion sense te hebben. En dat hebben ze toch een beetje van mij, vrees ik.

Ik vond het op een gegeven moment ook belangrijker dat ze zichzelf aankleedden, zodat ik me in de ochtend met andere dingen bezig kon houden. Kijken wat er vandaag meegenomen moet worden, rugtassen klaarmaken, etcetera. Dus komt de jongste naar beneden met een (overigens heel stoere) okergele broek, felblauw shirt en wil hij per se zijn felgroene regenlaarzen aan? Prima, jongen. Wat jij wil. Het betekent namelijk ook dat we vandaag niet de strijd aan hoeven of we wel of niet zonder schoenen de deur uit gaan. Ook eens fijn.

Gelukkig kan de oudste iets beter zijn kleren bij elkaar zoeken. Het scheelt ook dat ik voor hem alleen maar blauwe en grijze spijkerbroeken gekocht heb. Daar staat bijna alles op dus het kan bijna niet mis gaan, behalve als hij zijn knalrode regenlaarzen erbij wil aantrekken…

6. Consequent opvoeden

Regels zijn regels. En kinderen zijn daarbij gebaat. Nee is nee. Want zodra je gaat toegeven, is het natuurlijk gedaan en leef je in een permanente wereld van chaos en kun je er bijna zeker van zijn dat je twee delinquenten voor het leven opvoedt. Daarbij, met twee kinderen móét je wel regels hanteren, anders word je helemaal gillend gek. Als ik eraan terug denk, huil ik van het lachen om mijn naïviteit. Die chaos, die kwam er toch wel.

Daarbij, mijn twee verschillende kinderen hebben een heel andere set regels nodig. Want onze oudste is licht autistisch en is heel erg gebaat bij concrete opdrachten. Die luistert daar wel naar, meestal. De jongste? Die gooit recalcitrant zijn kont tegen de krib en doet precies het tegenovergestelde. Tuurlijk ben ik wel consequent in de dingen die ik belangrijk vind. Respect hebben voor elkaar en voor anderen. Niet schelden (maar vloeken mag wel met een aantal regels). En voor de rest ben ik behoolijk consequent in het inconsequent zijn.

Ik sta dus best wel eens op mijn strepen, maar alleen als ik het zelf belangrijk genoeg vind. Pick your battles. De rest? Ik ben flexibel. Het mooie is dat zij dat ook zijn en niet compleet losgeslagen door het leven gaan.

7. Kinderen niet verwennen

Jemig, ik zag wel eens van die kinderen die echt totaal de waarde van geld niet kenden. Omdat ze alles maar kregen wat hun hartje begeerden en geen idee hadden wat het allemaal kostte. Dat ging ik dus mooi even anders doen. Maar dan wordt je kind geboren en dan is dat het allerleukste kind van de wereld wat natuurlijk het allerbeste van het allerbeste moet hebben… ik durf best toe te geven, ik was een beetje koopverslaafd aan speelgoed.

Niet alles vonden de jongens even succesvol, ook al vond ik het heel erg geschikt voor hen. Maar ik hoop maar zo: de stichting voor de gezinnen met de minimale inkomens in de buurt waren vast erg blij met al het speelgoed waar mijn kinderen niet naar omkeken. Inmiddels ben ik wel wat gaan minimaliseren. En leer ik mijn kinderen dat geld niet vanzelfsprekend is. Ik introduceerde onlangs het klusjesgeld, in plaats van zakgeld. En nu sparen ze voor iets wat ze graag willen.

8. Kinderen beperken in hun schermtijd

Kinderen die hun ogen verpesten met de televisie, de horror! Ik zag ze al kruipen over de vloer met jampotbrillenglazen op hun neus. Volledig blind op hun 16e, en kromme ruggetjes van het kijken op een smartphone of tablet. Ging mij niet gebeuren. Mijn kinderen kregen echt geen onbeperkte schermtijd. In plaats daarvan hadden ze een Mount Everest aan speelgoed, daar konden ze zich prima mee vermaken.

Maar dat ging mij dus wel gebeuren. Want sorry, ik ben ook maar een mens en heb soms even tijd nodig zonder gegil en geschreeuw. Pick your battles, mensen. Ik stopte die smartphone nog net niet in mijn baarmoeder toen ik zwanger was van de jongste. Hij werd geboren terwijl hij op vier verschillende manieren “Daddy Finger”  ten gehore kon brengen. En nu? Soms bied ik mijn Samsung Galaxy maar direct aan als ze erom vragen. Kan ik even in alle rust mijn koffie warm opdrinken. De oudste kan zelf Netflix wel aanzetten, wat betekent dat ik in de ochtend nog mooi een uurtje extra slaap kan pakken. En hebben ze daar geen zin in, krijgen ze mijn smartphone voor wat spelletjes of Youtube. Ik wil namelijk alleen maar slapen om 6 uur ‘s ochtends.

9. Snel van de fopspeen af halen

Kleuters met een fopspeen. Ik vond daar wat van. Het zag er niet uit. Kom op, spenen zijn voor baby’s en kun je al snel gemakkelijk afleren. De oudste was er binnen een paar maanden al helemaal klaar mee en vond zijn duim. Net zo gemakkelijk. En het zag er in ieder geval niet zo stom uit.

De jongste daarentegen… was erg verknocht aan zijn Bibi fopspeen. Ik negeerde de verpleegkundige van het consultatiebureau toen ze voorzichtig opperde dat het tot 1,5 jaar best makkelijk af te leren was. En toen werd het dus wel even een dingetje toen de classic lijn van Bibi uit de schappen ging. Radeloos zocht ik alle online drogisterijen af om nog precies die maat te scoren. Vroeg ik het kinderdagverblijf of ze ze ook nog hadden. Want het zou best kunnen hoor, dat je drie horrornachten zou hebben en dat je kind dan van zijn speen af zou kunnen zijn, maar die drie nachten sliep ik liever zelf. Bovendien was er geen enkele garantie dat het zou lukken.

Alleen raakten de spenen op en wilde hij absoluut geen andere. Dus afgesproken dat wanneer ze allemaal weg of kapot waren, er dan geen nieuwe meer kwamen. Hij was ruim 3,5 toen de laatste speen stuk ging. En toen was het ook in één keer klaar. Ik vond er daarna nog wel een paar terug, maar die heb ik toen sneaky in de prullenbak gekieperd.

10. Ik praat niet de hele dag over mijn kind

Iedereen die een kind kreeg, kon het over niets anders meer hebben. Ging mij niet gebeuren. Zo strontvervelend vond ik dat! Vooral wanneer de foto’s van het eerste plasjes op het potje tevoorschijn kwamen op Facebook, toen haakte ik helemaal af. Ging ik echt niet doen, want ik wist immers dat niemand daarop zat te wachten.

Maar het is natuurlijk wel zo dat mijn kinderen echt de allerleukste en allerknapste kinderen van de wereld zijn. En ze zijn ook supergrappig. Dus waarom zou ik de wereld daar geen deelgenoot van maken? Goed, die plas- en poepfoto’s heb ik overgeslagen (dat heeft me echt een trauma opgeleverd) en mijn jongens zijn vrijwel nooit helemaal herkenbaar in beeld, maar hey. Ik startte een blog over mijn leven met mijn uiterst fantastische kinderen. Need I say more…

Welke voornemens had jij toen je moeder werd? En wat was de realiteit?

Dit artikel bevat een samenwerking.

Volg:
Share:

6 Reacties

  1. 13 november 2018 / 10:15

    Wat geweldig geschreven!! Zo’n feest van herkenning. Dank je wel, soms heb je het even nodig om te weten dat je op verschillende punten niet alleen bent!!

    • Linda
      Auteur
      13 november 2018 / 11:01

      Fijn dat ik je een beetje kon helpen! Geen zorgen, je bent echt niet alleen :-) Het is dat ik dit lijstje moest beperken, maar ik kon er zo nog 15 opnoemen denk ik…

  2. 13 november 2018 / 11:57

    Ik zou altijd consequent en geduldig zijn en fopspenen en plastic speelgoed zou er bij ons nooit inkomen. De fopspeen kwam al na 1 dag…..

    • Linda
      Auteur
      13 november 2018 / 12:35

      Haha, het is echt “pick your battles”, he? Fijn dat dat soort dingen goed is voor de kinderen, maar het is ook fijn wanneer sommige dingen goed zijn voor ons. Rust en slaap bijvoorbeeld ;)

  3. Jill
    21 november 2018 / 13:10

    Wat ben ik blij om te lezen dat ik niet de enige ben in het Mega “foute” moeder zijn (vooral in de ogen van de perfecte schoolplein moeders)

    • Linda
      Auteur
      21 november 2018 / 13:15

      We kunnen elkaar de hand schudden! :-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.