De peuterpuberteit is stiekem heel grappig!

De peuterpuberteit is stiekem heel grappig!

Eigenlijk is de peuterpuberteit heel erg grappig. Okee, misschien niet als je in de supermarkt bent met een gillend en schuimbekkend kind dat op de vloer gaat liggen kwijlen en jij probeert je boodschappen te doen, maar ik lig regelmatig in een deuk om de fratsen die ze uithalen. Ongeacht hoe boos ze daar zelf van worden. En zeg nou zelf, soms is het zelfs leuk om even peutertje te plagen. Gewoon, voor al die momenten dat het omgekeerd is.

Lees ook: Driftbuiweekend: de uitputtingsslag

  • Op de vloer liggen. Zeg nou zelf, wat heet het ooit iemand opgeleverd om op de vloer te gaan liggen? Mij niet (ze zien me aankomen op mijn werk). Wat zou er in het hoofd van mijn oudste omgaan als ie besluit doodstil, met zijn handen voor zijn gezicht en op zijn buik, languit op de grond te gaan liggen? Ik moet er altijd smakelijk om lachen. En dat maakt hem uiteraard nog giftiger.
  • Stampvoeten. Hi-la-risch! Zeker als je peuter net als de mijne kan stampvoeten op het ritme van zijn zin. Het is een echt kind van een drummer. “Ik wil een KOEK-je,” brulde hij eerder deze week. Exact op koek kwam de knal op de grond. Vriendlief en ik keken elkaar aan en barstten in lachen uit, tot groot ongenoegen van onze jongste peuter die daarbij een fantastisch professionele pruillip trok.
  • Het is nóóit goed. Als onze jongste moe is, is niks meer goed. Dus toen hij afgelopen week scheel keek van vermoeidheid en eigenlijk nog even moest eten, was het diner één groot jankfestijn. Toegegeven, het is niet heel erg vermakelijk en ook wel een beetje zielig als zo’n mannetje zit te snikken. Maar toen hij ging brullen omdat hij een plakje kaas wilde, en vervolgens nog harder ging janken omdat hij een plakje kaas had gekregen… nouja, dat vonden wij dus grappig.
  • Terugpraten. Heb je in jaar 2 nog de drama’s omtrent het woord “nee!”, is dat in jaar drie al heel anders. Het zijn vooral de dingen die ik zelf zeg, die ik ineens bij mijn oudste terug hoor. “Mama, mag ik eipet kijken?” is de vraag die ik dagelijks om de vijf minuten om mijn oren geslingerd krijg. “Nee,” is in de meeste gevallen mijn stellige antwoord. “Ik zeg wel,” is zijn semi-definitieve antwoord. Meestal reageer ik dan niet meer, maar daar gaat meneer de directeur niet mee akkoord. “Mama, ikke eipet kijken, heb ik net gezegd!”
  • Aapjes, zijn het. Je kunt ze van alles aanleren, maar pas op met wát je ze leert. Zo zegt onze oudste sinds een week “Talk to the hand. Whatever!” Ehm, ja, dat was op aangeven van ons, omdat we dat zo enorm grappig vonden. Alleen doet hij dat zo goed dat hij het nu ook op exact de juiste momenten weet te timen. Ik vrees dat ik binnenkort zwaar op het matje word geroepen bij de kinderopvang om mezelf nader te verklaren. Maar elke keer als ie het roept, moet ik stiekem lachen.

Ik hoop overigens dat ik straks na de peuterpuberteit, de échte puberteit aan kan. Want dan pesten ze waarschijnlijk genadeloos terug (karma’s a bitch, waarschijnlijk…)

Wat zijn jullie hilarische peuterpuberteit-momentjes?

Volg:
Share:

1 Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.