Home » Persoonlijk » Een peuter, een fiets en een ongeluk (2)

Een peuter, een fiets en een ongeluk (2)

disapointment teleurstelling frustratie

Monster!1 is gevallen met de fiets. Na dit ongeluk zitten zijn voortanden flink los en zijn tandvlees is stuk. Het bloed blijft stromen, maar de bikkel wil wel naar het kinderdagverblijf want er wordt feest gevierd en dat gaat hij zeker niet missen! ’s Avonds gaat het weer mis en we lopen tegen een muur, “want met melktanden kunnen ze niets beginnen.” 

Lees ook: Een peuter, een fiets en een ongeluk (1)

Als wij een paar uur in bed liggen, staat Monster!1 aan het bed. Ik schuif een stukje op en hij kruipt erbij. Meteen valt hij in slaap, maar voor mij is het een onrustige nacht. Om 6 uur staan we samen van ellende (ik in ieder geval) maar op. Zijn hele mond zit vol bloed en hij heeft pijn. “Wil je een dagje thuis blijven, dan?” vraag ik hem terwijl ik zijn mond voorzichtig schoonmaak. Ik verwacht daar geen problemen mee, want hij wil al twee maanden naar school in plaats van het kinderdagverblijf en de drama’s daarover zijn ’s ochtends inmiddels vaste prik in ons ochtendritueel.

Tóch naar het kinderdagverblijf

“Nee, mama! Ik wil wel naar toe! Ik moet een cadeautje geven!” Hij is immens stellig. Vandaag wordt het verjaardagsfeest van een van de juffen gevierd, en hij had al een tijdje geleden bepaald dat híj het cadeautje ging geven. Ondanks dat ik twijfel of dat wel echt is wat hij wil, gaan we toch met zijn allen naar het kinderdagverblijf. Daar leg ik het verhaal uit en overleg ik wat wijsheid is, maar meneer is inmiddels al lekker aan het spelen. Het helpt natuurlijk ook dat zijn favoriete juf al aanwezig is.

We spreken af dat als het echt niet gaat, ze mij meteen belt en dan kom ik direct naar huis. Monster!1 duwt me bijna de zaal uit. “Dáág mama, tot straks!” Ik had me er eigenlijk al op ingesteld om een dag semi-thuis te werken (want iedere ouder weet dat werken met een peuter in huis een verloren zaak is), maar besluit toch naar kantoor te gaan. Halverwege de dag bel ik zelf, want ik heb niets gehoord en ben toch wel benieuwd. “Het gaat prima, hoor. Hij eet af en toe wat yoghurt en verder speelt hij lekker mee.” Enigszins gerustgesteld ga ik weer aan het werk, maar mijn hoofd staat er niet helemaal naar.

Overal bloed

Die avond worden de mannen opgehaald door mijn vriend en schuif ik aan bij een borrel met diner met mijn collega’s. Maar tijdens het hoofdgerecht gaat het mis en word ik gebeld. “Het blijft maar bloeden,” zegt mijn vriend bezorgd. “Dit gaat niet goed.” We besluiten dat ik naar huis ga en dat hij de spoedtandarts belt. Dan kan ik met onze peuter richting Leerdam en kan hij bij onze uk blijven.

De tandarts is echter heel erg afhoudend en hetzelfde geldt voor de huisartsenpost, die we daarna bellen. Bij beide krijgen we te horen: “Het zijn melktandjes, daar kunnen we niet zoveel mee.” Maar intussen zit ik wél met een brullend kind thuis dat helemaal onder het bloed zit! Hoe gefrustreerd kun je worden van zulke afwerende taal?! Ik snap dat je niet elke hypochonder op je spoedspreekuur of whatever wil, maar zelfs na de uitleg over het hoe en het wat kregen we enkel tip om Corsodyl spray te halen om de ontstekingen te remmen. Van ellende ga ik op zoek. Aangezien Culemborg geen wereldstad is kost het nodige moeite om een toko te vinden waar ze het spul verkopen, maar er is godzijdank één apotheek met verruimde openingstijden.

Als ik thuiskom zijn de tanden inmiddels weer een stukje naar beneden gezakt gedurende de dag. Als een expert onderhandelaar overtuig ik Monster!1 ervan dat de Corsodyl hem gaat helpen, want uiteraard schiet hij direct in de stress als ik het goedje aan hem laat zien. Het duurt even, maar dan mag ik sprayen. Elke kleine overwinning is er één!

Monster!1 kan niet slapen :(

En dan is het weer bedtijd. Duimen gaat nu ook niet meer nu hij wat “langere tanden” (pun intended) heeft, dus slapen zit er niet meteen in. Hij wil nog even spelen op zijn kamer. Best hoor. Dat doet ie wel vaker: even spelen op de kamer, en dan naar bed. Om iets over negen loop ik naar beneden.

“Ik hoor hem,” zegt mijn vriend even later. En ja, Monster!1 huilt. Van wat ik van ons ventje begrijp tussen de uithalen en het bloed deppen door wilde hij in bed gaan liggen en kwam hij toen ongelukkig terecht. Sussend wieg ik hem in slaap. Maar het is niet genoeg. Als ik op wil staan wordt hij half wakker en zet het op een brullen. Ik kruip maar weer terug naast hem. Als ik eindelijk om 10 uur weer beneden kom, ben ik gesloopt.

Het huilen staat me nader dan het lachen. Ik heb het gevoel dat ik niet serieus genomen word door de diverse hulpverleners en artsen die we al hebben gesproken. Morgen, beloof ik mezelf, ga ik het afdwingen. Eerst moeten we naar het consultatiebureau (die afspraak stond al), en als het daarna niet beter is, bel ik opnieuw de tandarts. Of een andere tandarts. Morgen gáát er iemand naar me luisteren…

 

 

 

Volg:
Delen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.