Column: Principes of toetje?

Column: Principes of toetje?

Gatverdamme. Wat is dat nu weer? Er is me taart beloofd, en dit krijg ik voor mijn neus. Ik ben misschien 3, maar ik weet heus wel wanneer ik in de zeik word genomen. Hártige taart, zegt mama, maar er zitten gewoon groentes in. Ik zie ze zitten. En dat moet ik niet. Ga iemand anders voorliegen, met je taart. Er zit geeneens slagroom op.

Mama begint te dreigen dat ik geen toetje krijg als ik niet eet, maar ik houd koppig vol. “Ik hoef niet meer,” zeg ik, “Ik ben klaar met eten.” Ze zegt dit wel vaker. Soms meent ze het en soms niet. Ik probeer het gewoon. Bovendien heb ik écht een hapje geproefd. Zonder groentes dan, maar ik proefde de smaak van groente aan het ei bovenop dit bouwsel; dat is toch ook groente eten? Nee hoor. Ik wil gewoon een toetje. We zijn toch bij opa en oma en daar is altijd alles leuker. Dat toetje krijg ik vast.

Kijk maar, oma geeft me een boterham met kaas. Dat is het betere werk. De kaas heb ik zo op. Dit is pas hartig, niet die gore taart zonder slagroom. Maar dat brood, dat hoef ik niet. Ik wil kaas zonder brood.

Principes of toetje?

Van mama moet ik 2 stukjes brood eten. Ik vertik het. En die poeslieve broer van mij heeft het al voor elkaar, na nog eens drie happen ‘taart’ krijgt hij wel een toetje. Maar ik heb principes hoor, en gooi de stukjes brood met uiterste precisie terug op mijn bord. “Ik hoef niet,” zeg ik nog eens nadrukkelijk (want wie weet verstonden ze me gewoon niet goed, kan gebeuren), “Ik ben klaar. Ik wil een toetje.” Mama legt de broodjes kalm terug op haar bord en zegt niks.

Hm, dit voorspelt niet veel goeds. Mijn broer en nichtje kiezen inmiddels een toetje. Mij vragen ze niks en als ik er een eis, zijn zelfs oma en opa onverbiddelijk. Verdomme. Woest kijk ik naar het brood. De stukjes brood lijken me uit te lachen. Principes of toetje, lijken ze te roepen. Ik voel mijn weerstand afbrokkelen. Uit pure nijd grijp ik de stukjes brood en prop ze tegelijk in mijn mond. Inwendig vloekend maal ik de stukjes met mijn kaken fijn en grijp mijn toetje. Fok die principes.

Maar… Wat is dit? Het toetje is ook goor! Chipolata, hoor ik iemand zeggen, maar er zit dus gewoon fruit in. Dat is toch geen toetje?! Ik voel me zwaar in de zeik genomen. Als ik van tafel mag, vertrek ik naar de speelkamer.

Mijn leven zuigt.

Lees ook: Column: De ondernemende peuter

Volg:
Share:

1 Reactie

  1. 15 januari 2018 / 15:35

    Ik kom niet meer bij, het zou mijn peuter kunnen zijn!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.