Column: Loslaten

Column: Loslaten

Hij slikt moeizaam. Ik bijt op de binnenkant van mijn wang. Even kijk ik hem aan en ik zie dat zijn ogen vochtig worden. Loslaten lukt nog niet.

Ik knipper met mijn ogen om mijn eigen tranen terug te duwen. Ik ga niet als eerste huilen. Met een brok in mijn keel zoek ik zijn hand, en hij klampt hem vast alsof hij hem nooit meer wil laten gaan.

Het is onvermijdelijk, dat weten we allebei. Het geroezemoes om ons heen is even niet te horen. Alleen hij en ik, alleen wij bestaan even en verder is er niemand. We zitten naast elkaar. We zeggen niks.

Het afscheid is dichtbij, maar we zijn er allebei nog niet aan toe om elkaar te laten gaan. We moeten elkaar loslaten. We moeten onze eigen weg gaan. Het is zo moeilijk. Maar we weten dat het moet en dat het niet anders kan.

Met een kort rukje aan zijn hand trek ik hem naar me toe. Ik omarm hem stevig, en hij doet hetzelfde. Er zijn geen woorden nodig. Ik voel hoe hij een beetje trilt tegen mijn schouder.

Dan, langzaam, laat ik hem los en sta ik op. Ik moet nu weglopen. Nog één keer aai ik zijn haren. Dan loop ik naar de deur, voordat ik mijn tranen niet meer kan tegenhouden en ik niet meer weg kan.

“Dag, knul, ik vind je super dapper. Veel plezier in groep 3.”

 

Lees ook: Column: Buzz Lightyear en de eerste speeldate

Volg:
Share:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.