Hoi. Ik ben een (ex)rokende moeder

Hoi. Ik ben een (ex)rokende moeder

Het is het enige waar ik nooit over durfde te schrijven. Omdat ik me er voor schaamde. Omdat op internet niemand een blad voor zijn mond neemt en je direct vol spuwt met gal (alsof je niet al genoeg stinkt). Ik ben namelijk een rokende moeder.

Of was, eigenlijk. Ik besloot mee te doen aan Stoptober. Nu ben ik al bijna 24 uur een niet-roker. Het gaat met ups en downs, maar op de momenten dat ik verwachtte dat het lastig zou zijn, valt het mee.

Ik wilde er eigenlijk helemaal niet over schrijven. Veel later pas. Want stel dat het niet lukt? Maar… stel dat het wel lukt?  Dus af en toe heb ik een steuntje in de rug nodig. Van jullie. Van iedereen. Dan is het maar beter dat je het weet. En weet hoe je me kan helpen :)

Rokende moeders, daar vindt men wat van

Waarom ik er niet eerder over schreef? Nou, omdat ik keihard kan roepen dat het me toch allemaal niet interesseert wat de moeders-met-een-mening-en-een-toetsenbord ervan vinden (“OOOH ROKEN ALS JE KINDEREN HEBT!!”), maar het me toch wel wat doet. Waar ik echt heel veel naast me neer kan leggen en er schouderophalend om kan lachen, is dat roken een irriterend plekje. Een soort open en ontstoken wondje, waar je gemakkelijk in kan prikken. Want een rokende moeder zijn, dat is gewoon niet zo fraai. Vind ik zelf ook. Daar heb ik echt geen vingerwijzers voor nodig. En juist omdat ik dat ook vind en me er een beetje voor schaam, raakt het me.

Ik heb zeker de laatste jaren een haat-liefdeverhouding gehad met mijn sigaret. Tijdens mijn zwangerschappen ben ik twee keer zonder moeite gestopt. En twee keer uit onzekerheid en een crisissituatie weer begonnen. Gekscherend riep ik dat ik na een derde zwangerschap voorgoed zou stoppen maar ja, als die er niet komt: wat dat? Dan rook je dus gewoon even door. Stel je je volgende stoppoging uit. Tot we een diagnose hebben voor de oudste. Tot na de verhuizing. Of tot ik weer een baan heb en in rustiger vaarwater zit. Tot… Er is altijd wel een excuus. En de verslaving bleek steeds sterker dan mijn gezonde verstand.

Verstand versus verslaving

Ik weet dat het mijn lijf verwoest. Dat mijn kinderen derdehands meeroken. Dat het me duizenden euro’s kost. Dat het geen goed voorbeeld is. Het eigenlijk hartstikke smerig is. Dat ik verslaafd ben. Verstandelijk weet ik dat. Maar het is een venijnig dingetje, zo’n verslaving. Die laat zich niet verstandelijk wegredeneren. Er zit een heel psychisch wegennetwerk achter. Een superhighway, die altijd op wat voor manier een achterdeurtje weet te vinden. Om je toch maar weer verslaafd te houden. Ook als je bíjna op het punt staat om alles op te geven. Kleine monstertjes, die je wilskracht wegknauwen met elk uur dat er verstrijkt. Ook als je lichaam allang geen nicotine meer nodig heeft.

Verslaving is een bitch. Eentje die je ook nog eens goed voor de gek kan houden. Als ik bijvoorbeeld in een speeltuin zit te kletsen met een medemoeder die niet rookt, denk ik er een hele middag niet aan. “Zie je wel,” kan ik tegen mezelf zeggen, “ik kan het echt wel laten. Valt wel mee, die verslaving.” Maar zodra ik thuis was, stak ik er dan meteen een aan. Na twee hijsjes kon ik wel weer verder rationaliseren. “Vies toch eigenlijk,” zei ik dan tegen mezelf. “Had ik dit nu echt nodig?” Yup. Want die eerste hijs verzadigde direct het verslavingsgevoel en bevredigt de nicotinemonsters. Tot zover de controle. Achteraf praten is dan zo gemakkelijk.

Verslaving regeert door angst

De angst regeerde elke keer. Want ik ben overal bang voor. Dat het niet lukt, of dat ik teveel suiker (mijn andere verslaving) binnen krijg. Dat ik dik word. Zeker in deze Sinterklaasperiode juicht mijn suikerhartje bij het zien van marsepein, kikkers en muizen en kruidnootjes. En de ene verslaving verdringen met de andere, da’s nou niet meteen de beste manier om die peuken aan de wilgen te hangen. Of dat ik ongezellig word. Dat ik me onzeker voel in situaties waarbij ik normaal zou roken. Dat ik geen pauzes meer kan nemen. Of dat ik me alleen maar opgefokt voel. Nouja, verzin het maar en ik dacht het.

Ik ben bang dat het me niet lukt. Dat ik niet sterk genoeg ben. En ik ben bang dat het me wel lukt. Dat ik nooit meer rook. Als verslaafde is dat behoorlijk beangstigend. En da’s iets dat een niet-verslaafde zich niet kan voorstellen.

Waarom dan nu wel stoppen met roken?

Die momenten dat ik een afkeer van mezelf had, van het roken, die namen in aantal langzaam toe. Een nieuwsbericht dat vertelde dat je, als je vóór je 35e stopt met roken nog dezelfde levensverwachting hebt als een niet-roker. In eerste instantie dacht ik, ah jammer. Mislukt. Want ik ben al 35. En toen werd ik een beetje boos op mezelf. Dat was namelijk wel een erg gemakkelijk, verslááfd antwoord.

Ik zag de moeders bij het schoolplein. Die voordat ze de kinderen kwamen ophalen nog even gauw een sigaretje stonden te roken buiten de hekken. En ik dacht, daar wil ik niet bijhoren. Het stond me zo tegen. Ik rookte daar dus niet, maar wel vlak voordat ik de kinderen ging ophalen. Different spot, same idea. 

Of dat ik in de Efteling was en dan achteraf een plekje ging opzoeken om snel een peukie weg te paffen zonder dat de kinderen er last van hebben. Want tja, ik heb mijn grenzen. Roken in een wachtrij is not done. Maar blijkbaar wel in mijn eigen tuin. Met mijn eigen kinderen naast me. Stom toch?

De Opluchting

Ik zocht online een rokende mede-moeder op. Want rokende mede-moeders, dat zijn de enigen die de frustraties van rokende mede-moeders begrijpen. De enige mede-moeder die zonder oordeel is over je, omdat zij hetzelfde doormaakt als ik. En zij vertelde dat ze een boek had gekocht. Het boek heette “De Opluchting,” geschreven door Jan Geurtz. Dat zij nogal kritisch was maar dat dit wel eens een doorbraak zou kunnen zijn. Ik bestelde het op haar aanraden en had het dezelfde avond nog in huis. En ik begon te lezen.

Het boek haalde me over de streep. Het gaat over hoe je verslaving werkt, over je angsten, nicotine en je zelfbeeld. Ik scheet tijdens het lezen ervan zeven kleuren stront maar ik leef nog. En ik rookte gisteren rond 14.10 mijn laatste sigaret. Want leuk en aardig, vanaf 1 oktober, maar ik vond het toch wel zonde van het pakje sigaret– err, van het geld dat ik er nog aan ging uitgeven.

Er is niet één moment geweest dat ik besloot te stoppen met roken. Ik besloot dus alleen dat ik niet nog een pakje sigaretten ging halen. En Stoptober kwam gewoon wel even gemakkelijk uit. Ik kan ook niet zeggen dat ik nooit meer ga roken. Op dit moment heb ik er geen behoefte aan. Ja, ik heb af en toe momenten dat ik tegen de muren omhoog vlieg, maar verrassend genoeg vaak niet op de momenten die ik van tevoren had verwacht. En ik ben fucking trots op mezelf. Want fuck dat roken.

Oh, en ben je net als ik een ex-rokende moeder die per vandaag gestopt is met roken? Laat het me weten. Misschien kunnen we elkaar door die lastige momenten heen helpen :)

Noot voor de niet-rokende lezers

Het is heel gemakkelijk om een oordeel te vellen over een verslaving. Maar het helpt mij als ex-roker of ieder ander die verslaafd is voor geen meter. Sterker nog, als jij gaat lopen verkondigen dat het allemaal zo slecht is en dat ik er dood aan ga of dat ik een onverantwoorde moeder ben, heb ik meer zin in een peuk dan ooit.

Ik wil je geen schuldgevoel aanpraten dat jij degene bent die mijn verslaving weer triggert. Maar weet je, als iemand je vertelt dat iets niet mag, ben je zelf dan niet juist geneigd om het toch even te proberen? Denk maar eens niet aan dat roze olifantje. Lukt niet, hè? Het helpt ook niet om in te beuken op iemands zelfvertrouwen. Verslavingen kicken namelijk op onzekerheid. Dan hebben ze de meeste macht. Heb je zo de poppen aan het dansen. Of de sigaretten aan het smeulen. Wat je wil.

Ook een onverschillige houding is niet heel motiverend. “Het lukt je toch niet.” Of: ” Je hebt het al zovaak geprobeerd.” Wil je dat zeggen? Doe maar niet en knik gewoon even enthousiast. Voelen wij ons weer even helemaal gesteund. Want je hoeft niet altijd je mening te geven. Die mag je in dat geval ook zeker even voor je houden.

Wat je wel kan doen? Vraag hoe je kunt helpen. Hoe jij ervoor kan zorgen dat iemand zich beter voelt. Want wij prille ex-rokers, we weten dat we het allereerst zelf moeten doen. Wij zijn trots op onszelf dat we die eerste stap hebben gezet. En die positiviteit, die moeten we vasthouden. Zo heb ik bijvoorbeeld tijdens het tikken van dit stukje wel zes keer de behoefte gehad aan een sigaret. Om dat positieve gevoel vast te houden, da’s dus best wel eens lastig. Dus vel geen oordeel, maar haal de pompoms tevoorschijn en help ons erdoorheen. Word een cheerleader!

Wil je mijn reis als niet-roker volgen? Lees dan het dagboek van een ex-roker

 

 

 

Volg:

4 Reacties

  1. 1 oktober 2017 / 10:50

    I’m your cheerleader, baby! En fuck de haters. Die zijn zo zuur als een goedkoop wijntje. Het feit dat je er over nadenkt, zo op jezelf reflecteert en het gewoon al bijna 24 uur trekt vind ik superstoer van je! Je kan me appen als je er doorheen zit. Ik weet niet of ik je kan voorzien van wijs advies, maar gebruik me maar als afleidingsmanouvre!

    • Ria
      1 oktober 2017 / 11:27

      Veel succes! Ik vond het ook moeilijk om te stoppen, maar ben nog steeds trots dat het gelukt is. Hou vol 👍🏻

  2. Toos de Mink
    1 oktober 2017 / 12:00

    Ook ik was een roker ooit. Ben er jaren geleden mee gestopt en nu kan ik geen sigaret meer ruiken. Het is even doorzetten maar het is goed te doen. De angst ervoor moet je proberen te negeren. Wie is de baas, die peuk of jij. Ga ervoor, het lukt.

  3. 1 oktober 2017 / 13:25

    Heel veel goede moed! De eerste stap is gezet!
    En ja, verslaving is a bitch!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *