Column: De ondernemende peuter

Column: De ondernemende peuter

Iedereen weet dat boodschappen doen met een peuter op zijn zachtst gezegd een uitdaging is. Soms is het een engeltje, en gaat alles gesmeerd. Soms ligt hij in het gangpad omdat hij iets niet mag. Mijn peuter is niet van het brullen, maar verroert gewoon geen vin meer. Vind ik niet zo erg, want dan kan ik gauw even mijn lijstje afwerken. Terwijl hij hopeloos in de weg ligt, maar sorry, dat is dan mooi even iemand anders’ probleem. Ook als ik er soms op gewezen wordt dat mijn kind daar ligt.

Een korte anekdote dan, gauw tussendoor: Toen ik daar door een mevrouw op gewezen werd, haalde ik mijn schouders op. Want joh, dat had ik al door hoor, dat mijn kind daar lag. “Hij wil nu echt niet opgetild worden door mij, en ik kan even snel mijn boodschappen bij elkaar zoeken,” vertelde ik haar. Ze vroeg of zij het mocht proberen. Ja hoor. Nobel, ook. Op het moment dat ze zijn armen beet pakte begon hij te loeien. Snel krabbelde ze terug en liet hem liggen. Daarom, dus.

Of hij zit in het karretje en plet een brood. Niet uit nijd, maar gewoon om te zien wat het doet. Of, in mijn geval een paar maanden geleden, hij heeft een pot jam te pakken die hij zonder blikken of blozen uit het karretje kiepert. Gewoon, omdat hij wil zien wat er gaat gebeuren.

Geboren ondernemer

Mijn peuter is namelijk ook een geboren onderzoeker. Een echte ondernemer. Regulier speelgoed is niet zo boeiend, behalve als hij het kan combineren. Of kan slopen. Even kijken hoe het in elkaar zit. Ook als het daarna niet meer in elkaar kan. En dat levert dan weer wél die brulpartij op.

Of hij heeft zo’n kinderkarretje en bezorgt menig supermarktbezoeker blauwe schenen. Deze optie is ook erg goed voor mijn conditie, omdat ik het met bizarre capriolen probeer te voorkomen.

Er is dus altijd wel iets aan de hand. En ik ben altijd lichtelijk opgelucht wanneer we de supermarkt heelhuids verlaten zonder schade en brulpartijen. Zo ook vandaag. Alleen een van de broden had het moeten ontgelden. Maar goed, zo’n boterham krijg je toch niet in zijn geheel in je mond, nietwaar? Gauw naar de auto.

Op de parkeerplaats

De parkeerplaats van onze lokale Aldi is opgesplitst in twee delen. De ene kant ligt aan een doorgaande weg, de andere kant loopt dood en is tevens de kant van de basisschool. Waar ik altijd eerst mijn kleuter naar toe breng, alvorens we de supermarkt onveilig gaan maken. Die kant van de parkeerplaats is dus ideaal en redelijk veilig te noemen, want al het verkeer kan maar uit één weg komen.

Dus ik rijd mijn kar naar de auto om daar de boodschappen over te laden in de tassen, terwijl mijn peuter nog wat energie eruit rent. Met een schuin oog houd ik hem in de gaten. Hij rent voor de deur van het appartementencomplex op en neer. Prima. Mijn oren staan op scherp om te kijken of er niet toch een auto aan komt. Maar nee, alles gaat goed. Boodschappen doen met een peuter… eitje toch? In no-time heb ik de boodschappen in de tassen gezet en ik draai me om.

“Ding-dong”

Mijn peuter staat op zijn dooie gemak alle knopjes van het appartementencomplex in te duwen.

Hij is dus bij minimaal 20 mensen aan het belletje trekken.

Tegelijkertijd.

Vrolijk duwt hij één voor één de knopjes in. Soms meerdere keren achter elkaar. Of hij drukt ze samen in. Kan ook.

Ik grijp mijn winkelkarretje en trek een sprintje, slinger mijn peuter over mijn schouder en verdwijn om de hoek om de kar terug te brengen.

En ik kijk daarna even stiekem om het hoekje of er geen boze buurtbewoners staan te muiten bij de deur.

Maar alles is stil bij de deur van het complex.

En ik gooi de peuter in de auto en maak dat ik weg kom.

Volg:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge